Als je doorhebt dat je anders bent…

En toen ineens had je het door, plotseling viel het kwartje… “Mama, ik denk dat ik een beperking heb…” Het verdriet was in ieder woord van de zin te horen, de verslagenheid en mijn hart zakte in mijn schoenen. Hóé moet ik híér op reageren? Ik leg een hand op zijn knie en zeg maar even niks, ik weet simpelweg niet wat ik kan zeggen… Samen dragen we het verdriet en zijn we in gedachten.

Onze pleegzoon is bijzonder, hij was nog jong toen hij bij ons kwam wonen, maar geen baby of peuter meer. Heel bewust heeft hij meegemaakt dat hij uit huis geplaatst is, dat hij van zijn familie weg is gerukt. Daarvoor heeft hij al véél en véél teveel meegemaakt. Een kind wordt in Nederland niet voor niks uit huis geplaatst en in zijn geval waren er jaren en jaren aan hulpverlening en tekortkomende helpende handen al voorgegaan.

Hechtingsstoornis en zwaar getraumatiseerd was jaren geleden het vonnis van zijn psychiater en zijn team. Sociale en emotionele ontwikkeling heeft een flinke achterstand opgelopen door de trauma’s en tja, dat is anders. Hij is het jongetje dat opvalt, dat bijzonder is, maar tot vandaag had hij dat niet door. Vrolijk en blij, enthousiast, zorgzaam en muzikaal, het is een geweldig kind maar wel met een flinke gebruiksaanwijzing. Wij hadden het er al jaren moeilijk mee, maar nu heeft hij besloten: “Ik denk dat ik een beperking heb”

Stilte…

De stilte duurt maar een paar minuten, meer heb ik niet nodig om ons hele leven samen in gedachten aan mij voorbij te zien gaan. De mooie momenten van ontwapening, de liefde die gegroeid is, de grappige momenten, maar ook de verdrietige en supermoeilijke momenten. Ook de dagen waarop ik het even niet meer zag zitten, de momenten dat het té zwaar leek… Zijn verdriet is voelbaar, zijn verslagenheid groot en ik voel dat hij wacht tot ik hem ga redden. Want ik ga het toch ontkennen?

Ontkennen kan ik het niet, maar ik wil het ook niet bevestigen. Mijn hersenen draaien overuren, wát moet ik zeggen? “Wat bedoel je precies?” hoor ik mezelf zeggen. Dat is voor hem het startschot om zijn hart uit te storen, om te vertellen over de kinderen in het busje van leerlingenvervoer die hem raar vinden. Die zeggen dat het niet normaal is dat hij niet iedere dag naar school gaat en dat hij dom is en dat hij een pléégkind is. Huilend verteld hij dat hij maar één vriendje heeft en nog nooit is uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje, hij vertelt over de volwassenen die hij kent van de dagbesteding en hij schetst een dramatische toekomst voor zichzelf…

Mijn hart huilt, vanbinnen schreeuw ik het uit maar ik wijs mezelf erop dat ik rustig moet blijven. Geen uitspraken doen die niet waar zijn, niet geruststellen met een onwaarheid. Eerlijk, oprecht, maar liefdevol en troostend, dát is wat ik wil zijn… Nu alleen nog ontdekken hoe… Vanbinnen waait het harder dan buiten in de storm, ik troost de jongen in mijn armen. Zó groot al maar nog zó klein. Hij huilt warme tranen van ellende, het is zó oneerlijk!

Gewoon willen zijn…

Ik vraag hem wat hem aan het huilen maakt en hij schraapt al zijn gevoel bij elkaar en zegt: “Mama, wanneer mag ik éindelijk óók weer eens gewoon normáál zijn?!” Al sinds hij bij ons woont komt dat regelmatig terug, hij wil niets liever dan normaal zijn. Normaal… We knuffelen, luisteren samen naar een mooi lied op de radio en ik vertel hem dat ik van hem hou. Dat hij voor mij helemaal goed en mooi en normaal is, dat ik hem écht ken en weet wíe hij is en dat hij precies goed is.

We praten over pleegzorg, over zijn uithuisplaatsing en zijn achternaam. Wat is het leven soms oneerlijk zwaar voor deze jonge kinderen. Wat is de wereld keihard voor als je niet past binnen de lijnen die de maatschappij heeft voorgeschreven. Oneerlijk, keihard en genadeloos… Gelukkig heeft hij een vriendje, een écht vriendje dat voor hem door het vuur gaat. Ik stel voor om hem te bellen en zo snel als hij in dit moment gezakt is, zo snel is hij er ook weer uit. Wát een fantastisch idee om zijn vriend te bellen! Kan hij meteen vragen welke voetbalplaatjes hij nog moet. Mag het???

Hoewel het na het avondeten is mag hij nog even naar zijn vriendje, een kopje thee drinken en chocola eten. Kort app ik de moeder wat er is gebeurd en ze pakt het fantastisch op. Zonder met een woord te reppen over wat ik haar vertel, bouwt ze mee aan zijn zelfbeeld, voor hun gezin is hij fantastisch! De beste vriend van haar zoon, de liefste jongen die zij kent.

Hoe kunnen wij helpen?

De storm is gaan liggen maar de oorzaak niet opgelost. Komende week heb ik een gesprek met onze pleegzorgwerker want hier moeten we iets mee… Hoe gaan we hem leiden of begeleiden in dit verdriet? Hoe verwerk je dat je niet past in het ideaal van deze maatschappij? Hoe ga je om met een steeds groter wordend hiaat tussen jou en je leeftijdsgenoten? Hoe leg je je erbij neer dat je niet normaal bent?

Als jij tips voor ons hebt hoor ik ze héél graag!

Volgen en delen

2 comments

  • Ja, dan breekt je hart. Echt tips heb ik niet, maar ik vind het al heel dapper dat je het niet hebt ontkend. Luisteren is denk ik het belangrijkst. Luisteren en de wereld om hem heen uitleggen. En o, was de wereld om hem heen maar niet zo (ver)oordelend… Dat zou een hoop pijn minder in de wereld geven.

  • Maar welke kinderen zijn dan wel “normaal” in zijn ogen? Gelukkig geen getraumatiseerde dochter of (voor we nu weten) (pleeg)zoon hier. Maar dochterlief is wél een enome gevoelige stuiterbal. Die regelmatig behoorlijk afwijkt van de meegaandere rustigere kinderen in de klas. Misschien vragen wat hij ziet als normaal? Wat is zijn definitie daarvan? Want heel eerlijk weinig mensen zijn normaal, ook al lijkt dat zo van buitenkant. Maar wél iedereen is “gewoon mens”. De eene gebruiksaanwijzing is alleen langer dan die van een ander of in een lastig te ontcijferen schrift…. Misschien kan je hier iets mee? Want als.mijn dochter benoemd dat ze soms zo anders kan.zijn (ze is bijna 10 en dan.krijgen ze oog voor de verschillen). Vraag ik.vaak door. Wat is er anders dan? En heeft die of die misschien datgene ook wel anders? En welke mensen vind jij fijne mensen? Hoe zit dat dan bij hen? Juist dat door laten denken, laat haar nadenken over dat iedereen eigenlijk anders is, anders reageert en waaróm dat zo is of zo zou kunnen zijn. Maar óók dat we allemaal mens zijn.

Geef een reactie